Help, ik zit in een fase!

Vrijdag 20 oktober 2017

Leren tekstschrijven is als opgroeien: je hobbelt van fase naar fase. En je bent nooit uitgeleerd. Ik zit nu in de fase van het uitroepteken. Of beter gezegd: in de fase zónder uitroepteken.

Ik neem je even mee naar mijn middelbare school. Zes vwo, Nederlands, meneer Van Bracht: een statige man, die meestal duur gekleed was en ogen had als vuurballen. Maar dat is allemaal niet waarom hij is blijven hangen. Hij beheerste namelijk een trucje waar je als tekstschrijver ontzettend veel aan hebt.

Daarvoor kijken we eerst een lokaal verder, bij mevrouw X. Ook zes vwo, maar dan economie.

De hele les lang!

Als mevrouw X de les wilde beginnen, klom ze altijd eerst op een verhoging. Vervolgens richtte ze haar kin wat omhoog en begon dan héél hard te praten.

Zonder enig effect…

Hoe hard ze ook schreeuwde, haar stem ging altijd ten onder in het geweld van het geroezemoes. De hele les lang! Elke dag opnieuw! Het complete examenjaar!

Niet te verstaan

Meneer Van Bracht pakte dat heel anders aan. Hij begon gewoon fluisterzacht te vertellen. Zo zacht, dat hij bijna niet te verstaan was. Sterker nog: het moest bijna stil zijn om het te kunnen volgen.

‘Wat zegt-ie?’

Er was altijd wel iemand die dan een ‘Sssstt’ naar de rest van de klas slingerde. Waarna het snel stil was. Puur omdat ‘Van Bracht’ dat afdwong met… stilte. (Die priemende ogen werkten ook wel mee, eerlijk is eerlijk.)

 

Fase

Meneer Van Bracht komt de laatste tijd weer vaak ter sprake bij ons op kantoor. Ik zit immers in de fase zonder uitroepteken.

Ken je dat? Dat je opeens erg trots bent omdat je iets ziet. Iets wat anderen niet zien? Stiekem kick je daar een beetje op. ‘Hé’, denk je dan. Ik zie iets. En die anderen niet. Daar kan ik goede sier mee maken.’

Uitroepteken!

Zo ging het ook met het uitroepteken. Stiekem was ik het steeds meer gaan gebruiken. Want ik was enthousiast! Ik wilde mijn lezers meenemen in mijn verhaal! En dat wilde ik graag kracht bijzetten!

Tot Claudia over meneer Van Bracht begon. (Voor wie het niet weet: Claudia en ik hebben elkaar leren kennen op de middelbare school.) ‘Dat werkte toch goed hè’, zeiden we tegen elkaar. Waarna ik me realiseerde dat ik me juist steeds vaker gedroeg als een onervaren lerares zonder al te veel persoonlijkheid. Zeg: zes vwo, economie.

Geschikt?

Sinds die tijd zit ik in deze fase. Steeds waar ik een uitroepteken zie, maak ik een inschatting:

Te beginnen bij mezelf, maar – en dat is het vervelende – ook bij anderen. Als ik dus een tekst van je redigeer, hou er dan rekening mee dat ik de uitroeptekens er momenteel rigoureus uitsloop. Dus zoek liever naar woorden die meer zeggingskracht hebben, probeer het met zintuiglijke woorden of gebruik desnoods een smiley.

Maar denk vooral aan meneer Van Bracht. Of aan mevrouw X natuurlijk. Waarschijnlijk staat ze daar nog ergens te schreeuwen. En niemand die het hoort.

Delen

Reageren