Pinkeltje: te moeilijk? Of doen we te moeilijk?

Dinsdag 6 februari 2018

Heb jij als kind Pinkeltje gelezen? Volgens onderzoek naar taalniveau zou je dat helemaal niet kunnen. Pinkeltje is namelijk veel te moeilijk voor kinderen vanwege de lange zinnen. Maar klopt dat wel?

Zinslengte-Pinkeltje

Volgens Texamen zijn de lange zinnen in Dick Laans Pinkeltje geschreven op C1: het een-na-hoogste taalniveau. Dat betekent dat kinderen deze verhalen helemaal niet zouden kunnen lezen. Later herschreef Corrie Hafkamp de boekenreeks in kortere zinnen. Maar was dat nou echt nodig? Want bestaat er wel zoiets als ‘de ideale zinslengte’?

Een korte zoektocht op internet levert verschillende resultaten op. Volgens het ene blog is de ideale zin 10 woorden. Volgens het andere 25 woorden. Weer een andere site raadt aan: gebruik afwisselend zinnen tot 10 woorden en zinnen tot 40 woorden. En allemaal claimen ze dat dit de zinslengte is die je het best aan kunt houden. Maar waar komen deze vuistregels vandaan? En belangrijker: welke klopt?

 

Pinkeltje-boeken

 

Even de boeken induiken

Volgens het Referentiekader Taal (2009) en Siegfried Vögele is de ideale gemiddelde(!) zin 10 woorden lang. Leuk bedacht, maar hun uitspraken zijn nooit bewezen. Hacquebord en Lenting-Haan (2012) deden wél wetenschappelijk onderzoek naar zinslengte. Hun conclusie is dat niet één, maar vier lengtefactoren een rol spelen om een tekst beter leesbaar te maken:

  • Kortere zinnen
  • Minder deelzinnen (alle delen van een zin met een werkwoord)
  • Minder woorden tussen het onderwerp en de persoonsvorm
  • Minder woorden tussen het lijdend voorwerp en de persoonsvorm.

Hartstikke duidelijk! Maar hoe zit het dan met variatie van zinslengtes? Achter deze vuistregel zit enige wetenschap. Bouman (2006) schrijft dat variatie in zinslengte belangrijk is. En volgens onderzoek van Wolfington (1963) zou je per tien zinnen een verhouding van 2:6:2 aan moeten houden. Dat betekent:

  • Twee korte zinnen (tot 5 woorden)
  • Zes middellange zinnen (6-30 woorden)
  • Twee lange zinnen (meer dan 30 woorden).

Zelf aan de slag

Op zoek naar exacte richtlijnen? Naar de ideale zinslengte? Helaas, die bestaat niet. De beste lengte van een zin hangt af van het genre, de doelgroep en – niet onbelangrijk – de auteur. Zo zijn de zinnen van Nathaniel Hawthorne, Jaaps favoriete schrijver, gemiddeld meer dan 36 woorden lang. Zou je hem daarom een belabberd schrijver noemen?

Het is dus niet mogelijk om eenduidig aan te geven hoeveel woorden de perfecte zin moet hebben. Dat betekent niet dat je zinslengte mag negeren. Er zijn enkele aspecten waar je zelf op kunt letten:

  • Variatie is belangrijk. Zijn al jouw zinnen even lang? Of speel je een beetje met de lengte? Als je hierover onzeker bent, spreek je tekst dan eens hardop uit. Dan merk je direct of je tekst soepel loopt.
  • Gebruik niet te veel woorden tussen het onderwerp of lijdend voorwerp en de persoonsvorm. Hiermee maak je je zin direct beter leesbaar.
  • Pas je zinslengte aan je doelgroep aan. Hoe lager het taalniveau, hoe korter je zinnen gemiddeld zouden moeten zijn. Een voorbeeldje? Voor basisschoolleerlingen gebruik je wel veel korte zinnen, terwijl academici echt niet zitten te wachten op jip-en-janneketaal.

Laat los!

En tot slot: laat het idee los dat je alleen korte zinnen mag schrijven. Als je de juiste woorden kiest en let op de grammaticale structuur van een zin – bijvoorbeeld dat de lengte tussen onderwerp en persoonsvorm niet te lang is – kunnen ook lange zinnen best leesbaar zijn.

Want zeg nou zelf, de vorige zin was best goed leesbaar toch?

Delen

Reageren